Categorieën
Woorden weten alles

Bijziend voor beperkingen

Dat zelfs hardnekkige krantenlezers de term validisme niet kennen, is veelbetekenend, zegt Ludo Permentier.

“Ik beschouw mezelf als een empathisch persoon en als iemand die haar best doet om op te komen tegen onrecht. Als vrouw van kleur ervaar ik zelf de kwalijke gevolgen van racisme en seksisme uit de eerste hand. Maar ik zeg u dit: ik had geen flauw benul van de strijd die mensen met een handicap dagelijks leveren. Geen flauw benul!” Dat schreef de blogster Kelia Kaniki Masengo vorig jaar in het sociaal geëngageerde webzine MO*. Die bijziendheid heeft wellicht te maken met een leemte in onze woordenschat. We hebben geen gangbaar woord voor discriminatie van personen met een fysieke of mentale beperking. Of is het omgekeerd? Hebben we geen woord omdat we er ons te weinig van bewust zijn?

Foto Willem Boeva door Ellie Van den Brande

Het Engels heeft termen zat: ableism of ablism, disablism, anapirophobia, anapirism, en disability discrimination, zegt Wikipedia. De bron is duidelijk: het gaat om mensen die minder able in body and mind zijn, ‘gezond van lichaam en geest’.

Enkele jaren geleden was Konekt, een Vlaamse organisatie die ijvert voor de integratie van mensen met een functionele beperking, op zoek naar een bruikbare term in onze taal. Ze gebruikte weleens de vernederlandste vorm ableïsme, maar de uitspraak en de spelling van dit woord zette taalgebruikers voor raadsels. Het woord is dan ook nooit opgenomen in woordenboeken.

Wel de term validisme, die uit het Frans komt. Die staat sinds 2006 in de Dikke Van Dale, met als omschrijving: “het tot norm ver­hef­fen van va­li­de (d.w.z.: niet-invalide) per­so­nen in de so­ci­a­le werkelijk­heid, met als ge­volg dis­cri­mi­na­tie of stig­ma­ti­se­ring van men­sen met een li­cha­melijke of verstan­de­lij­ke be­per­king.”

Precies het mechanisme om de norm te leggen bij ‘valide’ mensen, heeft vorige week de ergernis opgewekt van de stand-upcomedian (met een fysieke beperking) William Boeva. Aanleiding was een humaninterestserie op de Vlaamse openbare omroep, Down the road. Daarin gaat een groep jonge mensen met het syndroom van Down op een avontuurlijke reis. De makers willen tonen wat die mensen toch allemaal kunnen, en dat ze ieder een eigen persoonlijkheid hebben, zoals iedereen. Hartverwarmend.

William Boeva ziet dat anders. Hij spreekt van de knuffelbeermethode, “waarbij de mensen met een beperking eens van de kast gehaald worden als een knuffelbeer, even het stof er wat af blazen, kijk eens, schattig hé! En hop terug op de kast tot we het weer eens kunnen laten zien.” En inderdaad, in de Vlaamse media hebben sindsdien onder meer ouders met een downkind bedenkingen geuit bij het programma, dat de zaken soms te mooi voorstelt. Het woord validisme is daardoor tot leven gekomen.

Gaat ook het woord invalide weer rondzoemen? Het bijvoeglijk naamwoord stond al in de eerste edities van Van Dale, met als omschrijving: “zwak, krachteloos, bouwvallig, gebrekkelijk, zwakkelijk, inzond. uitgediend hebbende, verder onbekwaam tot den dienst, niet meer bruikbaar.” Een invalide was een “oude soldaat, niet meer in staat om dienst te doen, gebrekkelijk, verminkt soldaat”. In 1911 definieerde een redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) een invalide als “een verzwakt, ziekelijk, door verminking of ouderdom gebrekkig, hulpbehoevend persoon.”

De benaming invalide werd, zoals veel termen die mensen gelijkstellen met een onbenijdenswaardige eigenschap, op den duur als kwetsend aangevoeld. Na 1950 kwam de term gehandicapte op, die mensen niet gelijkstelt met een gebrek, maar wijst op de problemen die ze hebben om te functioneren in de samenleving. Daarenboven heeft handicap een positieve associatie. Het was eerst de benaming van een soort spel met je handen in een cap (‘pet’) en is populair geworden als term voor de extra belasting die aan sterkere (!) racepaarden werd meegegeven of aan betere (!) golfspelers.

Maar eufemismen slijten en daarom viel zowel gehandicapte als invalide in ongenade. Er zijn sindsdien verschillende pogingen geweest om de ongemakkelijke realiteit een naam te geven (mindervaliden, andersvaliden, mensen met een rugzakje, met een vlekje). Voorlopig lijkt “mensen met een beperking” het te winnen.

Blijft de vraag of vriendelijker benamingen ook maar één gehandicapte ergens mee geholpen hebben.


Wilt u automatisch op de hoogte worden gehouden van nieuwe afleveringen van Woorden weten alles? Schrijf u dan in voor Taalpost, de gratis e-mailnieuwsbrief van het Genootschap Onze Taal.

Ludo Permentier is journalist en auteur. Hij was docent in het middelbaar onderwijs, werkte bij Van Dale en de Taalunie en publiceerde taalboeken. Vijftien jaar lang schreef hij de taalcolumn Woorden weten alles in De Standaard.

E-mail: ludo.permentier@telenet.be